dinsdag 1 november 2016

Echte vrienden

Ik zag een film over een vrouw die een abortus wil laten uitvoeren in Roemenië, achter het ijzeren gordijn, twee jaar voordat de muur viel: Vier maanden, drie weken en twee dagen. Een jonge vrouw, een student, is zwanger geraakt en wil er vanaf. Haar beste vriendin belooft haar te helpen. Ze komen terecht bij een man die op hotelkamers illegale abortussen uitvoert. Van te voren heeft hij niet gezegd hoeveel het kost en hoewel de studenten met alles rekening hebben gehouden, zijn ze niet voorbereid op wat hij uiteindelijk van ze zal vragen. Hij wil seks. Niet alleen met de zwangere, maar ook met haar vriendin.
Op dat moment wordt de onderliggende structuur van de vriendschap zichtbaar. De zwangere protesteert niet, ze heeft geen keuze. Haar vriendin wel. Die kan weg wanneer ze wil, ze hoeft er niet aan mee te doen. Maar ze kiest voor haar vriendin. Het is geen sentimentele beslissing, en ook niet een waarmee ze de vriendschap redt – want ik vermoed niet dat ze hierna nog lang vriendinnen zullen blijven. Maar op dat moment zijn ze het nog wel, en ze doet wat beste vriendinnen doen: alles delen. De zwangere lijkt dat vanzelfsprekend te vinden, ze probeert haar vriendin niet op andere gedachten te brengen, ze bedankt haar niet eens. Sterker nog, ze stelt zich nogal dwingend op in haar slachtofferrol. Het is alsof ze zegt: ik ben nu zwak, dus jij moet sterk zijn voor twee. Het laat precies zien hoe vrouwen in een vriendschap elkaar in een wurggreep van medeplichtigheid kunnen houden. Prachtig gedaan.

Toen las ik Een klein leven van Hanya Yanagihara. De eerste driehonderd pagina’s ademloos, ik kon niet stoppen. Ik las onder het koken, onder het eten, op de wc en als ik 's nachts wakker werd las ik verder. En toen sloeg het om. Zo rond pagina 300 begon ik me te ergeren aan Jude, de automutilerende hoofdpersoon, en zijn fan-tas-ti-sche vrienden, en op pagina 400 was de irritatie compleet. Iedereen is dol op elkaar, maar op Jude zijn ze het dolst. Waarom is me een raadsel. Hij laat niks over zichzelf los. Hij beschadigt zichzelf continu, waarna hij weer door zijn vrienden moet worden opgelapt. Hij weigert elke vorm van professionele hulp, wil niemand vertellen wat hem is overkomen, en zijn vrienden kunnen alleen vanaf de zijlijn toekijken hoe hij zichzelf naar de kloten helpt. En als die vriendengroep nu bestond uit mannen van weinig woorden, uit doeners, niet uit denkers, dan zou het misschien een ander verhaal zijn. Maar het zijn mannen die ‘I love you’ tegen elkaar zeggen en elk persoonlijk detail met elkaar bespreken. Het zijn de ideale vrienden, warm, betrokken, nooit kritisch.
Het zijn sjablonen.
‘Ik weet dat mijn leven zin heeft omdat ik een goede vriend ben,’ zegt een van de vrienden tegen de anderen. ‘Ik hou van mijn vrienden en ik geef om ze, en ik denk dat ik ze gelukkig maak.’ Even later zegt hij tegen Jude: ‘Je bent een prachtmens.’‘Jij ook,’ antwoordt die.
Dat de schrijver het moet uitspellen zegt misschien voldoende, want nergens wordt het invoelbaar gemaakt. Het is alsof hun leven als prachtmens, als toffe vriend, zich buiten het boek afspeelt, je leest erover, maar krijgt het niet mee.
Nee, dan de vriendinnen uit Vier maanden, drie weken en twee dagen. Niet lullen maar poetsen. Dat zijn pas vrienden.