dinsdag 6 januari 2015

De val

Halverwege het Skypegesprek viel ik van mijn stoel. Hoewel die beschrijving niet helemaal juist is. Ik zat aan mijn werktafel, op mijn werkstoel, in de enige ruimte van het huis met wifi, ik moest lachen en voelde de stoel achterover hellen. Nog steeds lachend merkte ik dat ik voorbij het punt ging waarop je hoorde te gaan.
Ik liet het gebeuren. Ik was me bewust van het lage tafeltje dat achter me stond, van de hardstenen vloer. Ik dacht aan mijn rug, mijn nek, mijn achterhoofd, maar het waren geen verontrustende gedachten, ik dacht: dan moet het maar.
Het viel me op hoe bevrijdend het voelde om je maar gewoon te laten vallen.
En net toen ik dacht dat er geen einde aan kwam, besefte ik dat ik was geland.
Ik lag op een zacht rood kleed. Redelijk comfortabel, afgezien van de stoel in mijn nek. Het maakte dat ik me afvroeg waarom ik niet vaker viel, waarom ik elke val altijd probeerde te voorkomen. Het liefst was ik nog even blijven liggen. Maar er stond een camera op me gericht, er was iemand die toekeek. Dus kwam ik overeind.
‘Stel je voor dat ik mijn nek had gebroken,’ zei ik, ‘dan had jij dat zien gebeuren.’
‘Of dat je dood was gegaan,’ zei hij.
We lachten.