donderdag 21 augustus 2014

Schrijven

Met mijn boek bijna af besloot ik tot nog een rondje feiten checken. Ik belandde op een site voor Amerikaanse gevangenen die een penvriend zochten. Elke gevangene had een profiel met foto, als op een soort datingsite.
Ik bezocht het profiel van Daryll die 78 jaar had gekregen wegens moord en ontvoering van zijn vriendin. Hij schreef dat hij een compassievol persoon probeerde te zijn in de gevangenis, wat niet makkelijk was als je leefde tussen de racisten, moordenaars, verkrachters en mensen die weigerden tandpasta en deodorant te gebruiken.
Ook bezocht ik het profiel van Susan – een foto van een all american girl in sportkleding – die geen brieven meer wilde ontvangen omdat haar profiel in de media was geopenbaard. Ik googlede haar en las dat ze haar twee jonge kinderen had vermoord.

Er zat een knappe jonge vrouw die aan het hoofd had gestaan van een drugskartel. Een ex-skinhead die nu besefte dat het verkeerd was om mensen te HATEN vanwege hun afkomst, en zich zelfs kon voorstellen dat zijn enige vriend een kleurling of een Jood zou zijn. ‘Ze noemen me een verrader,’ schreef hij, refererend aan zijn oude vrienden, ‘waarom ben je een verrader als je niet wilt HATEN?’ Hij schreef het woord haat consequent met hoofdletters.

Vrijwel alle gevangenen schreven dat ze ‘a good sense of humor’ hadden en van ‘outdoors activities’ hielden.

Toen ik ophield met het aanklikken van de link 'crime' onderaan het profiel, en merkte dat ik bookmarks van bepaalde profielen begon te maken, klikte ik weg. Wel bezocht ik nog een forum waar mensen die correspondeerden met gevangenen hun ervaringen deelden.
Het viel me op dat het alleen vrouwen waren.
Eentje vertelde een jaar lang te zijn gechanteerd door haar penvriend, die ze ‘mildy sexy’ foto’s van zichzelf had gestuurd. Hij dreigde vergrotingen van haar foto’s op haar voordeur te laten ophangen als ze hem niet meer schreef. Elke keer als er een brief van hem op de mat viel kreeg ze buikpijn.
Een ander had van haar penvriend een brief ontvangen met maar drie woorden tekst: Kiss my ass. Dat was omdat ze had verteld krap bij kas te zitten en hem geen geld te kunnen sturen.
Weer een ander klaagde dat die van haar wekelijks brieven van 34 kantjes stuurde, hoe vond ze in godsnaam de tijd om hem te antwoorden?

En al die tijd vroeg ik me af waarom ik niet. Het was geen serieuze vraag, het was een controlevraag. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet van gedachten veranderde. Een man die je wekelijks een handgeschreven brief van 34 kantjes stuurde, zonder maar één keer te verzaken, zou ik onmiddellijk gaan idealiseren.