donderdag 27 maart 2014

Hemd

Enorme zin om te zwemmen heb ik, ik kan niet wachten. Ondanks de rit erheen, die drie steile bruggen behelst. Bij de derde moet ik altijd afstappen, die kom ik niet meer op met mijn kraakfiets. Maar nu neem ik ze vliegend - hijgend, maar ook vliegend. Ik wil het water in, het water waarin alles soepel gaat. Ik roep goeiemorgen tegen de caissière, rits mijn kaart door de sleuf, en ga het eerste het beste pashokje binnen. In een paar bewegingen sjor ik mijn kleren van mijn lijf. Ik trek mijn tas open, pak mijn handdoek eruit, mijn badpak -
Het is mijn badpak niet. Ik zie het onmiddellijk, maar verwerp de gedachte, alsof ik het daarmee onwaar kan maken.
Ik twijfel. Het is maar een paar meter naar het bad, zodra ik in het water ben ziet niemand het meer. Als ik doe alsof er niks aan de hand is, valt het misschien niemand op.
Ik kijk naar het hemd in mijn handen. Een hemdje dat dezelfde kleur heeft als mijn badpak en enigszins dezelfde stof, maar dat het toch echt niet is.
Ik probeer iets te verzinnen dat het acceptabel maakt om in je blote gat het zwembad te betreden.
Ik kan niks verzinnen. Ik stop het hemdje terug in mijn tas en trek al mijn kleren weer aan. Loop naar buiten, pak mijn fiets uit het rek. Al bij de eerste brug moet ik afstappen.