zaterdag 21 juli 2007

De amazone-indiaan

De bel gaat. Ik doe open.
`Hallo?' roep ik in het trapgat.
`Hallo,' klinkt het terug.
Ik doe een stap naar voren. `Wie is daar?'
`Ik ben het. De amazone-indiaan.'
Ik doe twee stappen naar voren. In het trapgat staat een man in een zwart pak. Op zijn rug hangt een lange zwarte staart. Hij heeft niets van een indiaan.
`Is Masha thuis?' vraagt hij.
`Die woont hier niet,' zeg ik.
`Eerst woonde ze hier wel.'
`Nou, nu niet meer. Ik woon hier al drie jaar, maar ken geen Masha.'
`O.' De amazone-indiaan lijkt even van zijn stuk gebracht. `Als je haar ziet wil je dan zeggen dat ik langs ben geweest.'
Ik knik onwillig. En dan verdwijnt hij weer. Ik kijk hem na terwijl hij tussen het winkelend publiek in mijn straat verdwijnt.

Dat was een jaar geleden. Sindsdien heeft hij nog een keer of vier aangebeld. De amazone-indiaan. En iedere keer vraagt hij naar Masha.