Alles wat je weet over het hart is niet waar. Het zit
niet links, het kan breken zonder dat er sprake is van emotionele pijn, en ook crashen
als je niet rookt, nauwelijks drinkt, goed slaapt, gezond eet en dagelijks een
wandeling maakt. De cardiologen die een voor een, en een keer met zijn vijven tegelijk,
rond mijn bed verschenen zeiden allemaal dat ze eigenlijk nog maar heel weinig
wisten van wat ik heb, en van wat ik heb, heb ik ook nog een zeldzame variant.
U bent zogezegd een witte raaf, zei een van hen. Het eerste wat ik deed toen ik
weer alleen was was de uitdrukking googelen. Witte Raaf, het zou je vroegere
indianennaam geweest kunnen zijn, mailt een bevriend schrijver.
De eerste dagen zag alles er anders uit, alsof ik er
een oog bij had gekregen, een oog voor andere zaken. Er popten herinneringen op
aan gebeurtenissen die ik bijna vergeten was en nu tot in het kleinste detail
herbeleefde. Ik vroeg me af of het een variant was op je leven aan je voorbij
zien flitsen. Hard ging het niet, blijkbaar had ik nog wel even.
Misschien hoef ik nu niet oud te worden, was een van
mijn eerste gedachten geweest, want daar was ik een beetje tegenop gaan zien,
tegen dat oud worden met alles wat erbij komt kijken. Maar je schijnt hier heel
goed oud mee te kunnen worden. Ze hebben me een spray meegegeven. In geval van
nood onder mijn tong sprayen. Als het niet helpt na een kwartier herhalen. Anders
112 bellen. Het geeft een raar, om niet te zeggen misplaatst gevoel van
controle. Ik kan ook besluiten hem niet te gebruiken.
Volkskrant cryptogram: charmante vrouw die een
cardioloog aan het werk houdt, 15 letters. Ik heb last van het
Baader-Meinhof-fenomeen, ook wel frequency illusion genoemd: overal spot ik
hartgerelateerde zaken.
Ben ik nog wie ik was, kan ik diegene ooit weer zijn?
Of ben ik nu twee, zoals er een Bob Dylan is van voor het motorongeluk en een
Bob Dylan van na het ongeluk. Hoeveel versies van zichzelf heeft een mens in
zich? Ik zie mijn oude versie wegfietsen, over een verlaten Via Appia lopen, drukdoen
op borrels en feestjes, veel drukdoen, terwijl de nieuwe aarzelend de dikte van
het ijs test. Heb ik wel genoeg geleefd, en wat is dat, genoeg leven? Ik leef welbeschouwd
nogal stil. Ik ben weer het kind dat ik was dat op haar bed verhaaltjes zat te
schrijven, haar dagen zat te verdromen. Alle jaren daartussen zaten bomvol
leven zoals anderen het graag definiëren, maar dit, alleen zijn en schrijven, is
mijn liefste manier van leven.
Mijn oudtante appt me een foto van een omslag van een
tijdschrift uit de wachtkamer van de dokter waar ze zit. Een gebroken hart,
staat op het omslag. Ook zij heeft blijkbaar last van het Baader-Meinhof-fenomeen.
I keep a close watch on this heart of mine, zingt John
Cale op een concertregistratie die ik ooit op cassettebandje had en die ik nu
op YouTube vind. Ik loop en luister, ik lig en luister, ik meet en luister. In
het ziekenhuis hoorde ik mijn hart, het klonk helder en regelmatig (I am I am I
am), onverstoord en plichtsgetrouw. We hadden niet eerder kennisgemaakt, niet
zoals nu. Maar als ik me het hart probeer voor te stellen, zie ik iets dat bij
de slager zou kunnen liggen, niet deze breekbare theepot die onbeschermd in
mijn tas ligt.
Hartaandoening, 15 letters. Liefdesverdriet?